Home
Horloges
Sieraden
Trouw- & relatieringen
Juweliers-cheque
Materialenkennis
Onderhoud & tips
Reparaties
Het juweliers ABC
Lid van de NJU
Juwelier Het Anker in Raamsdonkveer
Jade

Jade heeft zijn naam te danken aan het Spaanse "piedra de yjada" , hetgeen "steen van de zij" betekent. Het kreeg die naam omdat men aan jade medische krachten toedacht. Jade zou pijnen in de zij oplossen. Jade wordt daarnaast al heel lang als edelsteen gebruikt. China was hierbij koploper. In eerste instantie werd in China alleen het mineraal nefriet als jade gebruikt.
Op een gegeven moment ontdekte men dat in het materiaal dat als jade gebruikt werd ook vaak een ander mineraal aanwezig is. Dit mineraal heet jadeiet. Vanaf de achttiende eeuw werd ook het mineraal jadeiet als jade geaccepteerd. Het mineraal heeft zijn naam aan de jade te danken. Er zijn dus twee mineralen die als jade bekend staan : nefriet en jadeiet.

Nefriet
Het woord nefriet is afgeleid van het Latijnse "lapis nephriticus", dit betekent "niersteen". Hieruit blijkt meteen wat het eerste belang van de steen was. Kleine, waarschijnlijk geslepen, brokjes nefriet werden gebruikt als remedie tegen nierklachten. Nefriet is de naam die aan een actinoliet variant gegeven wordt. Actinoliet is een lid van de amfiboolgroep. Zodra alleen magnesium aanwezig is wordt het mineraal niet meer actinoliet genoemd maar tremoliet. Tremoliet heeft een witte kleur. Zodra er ook maar een beetje ijzer inzit wordt het mineraal actinoliet genoemd. Het ijzergehalte bepaalt de kleur. Als er maar een heel klein beetje ijzer inzit heeft actinoliet slechts een zeer lichtgroene kleur. Naarmate het ijzergehalte toeneemt krijgt de actinoliet een donkerdere groene kleur. Deze groene kleur kan zo donker worden dat het mineraal bijna zwart lijkt. Actinoliet is een hard mineraal, de hardheid schommelt, afhankelijk van het ijzergehalte, tussen 5 en 6. Actinoliet ontstaat in laaggradige metamorfe gesteenten. Actinoliet vormt doorgaans grotere kristallen die goed met het oog te zien zijn. Soms echter ontstaan kleine, langgerekte, vezelachtige kristallen die zo klein zijn dat ze niet meer afzonderlijk te zien zijn. De vergroeiing van deze vezels zorgt ervoor dat taaie, massieve, aggregaten ontstaan die moeilijk zijn te breken. Deze taaie aggregaten die uit actinolietvezels bestaan hebben de naam nefriet gekregen. Nefriet werd in China al vroeg bewerkt en onder de naam jade verhandeld.

Jadeiet
Tijdens onderzoek naar de samenstelling van jade bleek dat niet alleen nefriet als jade verwerkt werd maar dat ook een mineraal met een andere samenstelling als jade verhandeld werd. Dit mineraal werd naar de jade vernoemd, het kreeg de naam jadeiet. Het mineraal behoort tot de pyroxeen groep. De hardheid van jadeiet schommelt tussen 6.5 en 7. Ook jadeiet is een mineraal dat in metamorfe gesteenten ontstaat en wel bij een relatief hoge druk en een lage temperatuur (subductiezones). Ook jadeiet vormt aggregaten waarin vezelachtige kristallen voor een taaie massa zorgen. Jadeiet kan een witte kleur hebben maar groentinten zijn algemener. De groene tint varieert van licht appelgroen tot donker smaragdgroen.

Jadeiet en nefriet hebben veel eigenschappen gemeen. Ze zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden. China, het jade land, accepteerde voor de achttiende eeuw alleen nefriet als echte jade. Vanaf de achttiende eeuw is ook jadeiet geaccepteerd als echte jade. Wie China zegt, zegt jade. Dat jade in China als een zeer waardevolle edelsteen beschouwd werd blijkt ook uit de schrijfwijze van het woord jade. Het teken voor jade stamt uit de tijd dat China nog een koning had. Het teken voor koning is vrijwel identiek aan het teken voor jade. Zie de Chinese karakters hieronder.


Jade was het symbool voor de macht van de koning. Nadat China overging op een keizer bleef jade het symbool van macht en welvaart. Zodra in China iets als zeer waardevol beschouwd wordt is er een relatie met de keizer. Dit komt terug in benamingen als Imperial jade, Imperial groen, Imperial wit en Imperial geel. In de veertiende eeuw werd in China een kleurcodering voor jade in het leven geroepen. Witte jade werd de waardevolste jade, gevolgd door gele, blauwgroene, zwarte, rode en groene jade. Imperial jade is een doorschijnende jade met een heldergroene kleur. Er zijn geen fouten, barstjes of insluitsels te zien. In China wordt ook gele jade erg gewaardeerd. De chinezen beschouwen zich als het gele ras, als nakomelingen van de legendarische gele keizer die leefde van 2697 voor Christus tot 2597 voor Christus. De kleur geel die lijkt op de kleur van geroosterde kastanjes wordt dan ook aangeduid met Imperial geel.

Jade vervangers
De commerciële belangstelling voor jade is in de loop der eeuwen enorm toegenomen. Dit heeft tot gevolg gehad dat men is gaan zoeken naar mineralen die men als jade op de markt kon brengen. Diverse mineralen bleken geschikt te zijn. Deze jade vervangers hebben veelal mooie namen gekregen, zoals bijvoorbeeld:

Jade-vervangers.

Handelsnaam Mineraal
Soo Chow jade serpentijn
Indische jade aventurijn
Australische jade chrysopraas
Rode jade carneool
Jaspis jade jaspis
Roze jade rhodoniet
Rode Peking jade rhodoniet
Roze jade thuliet
Nanyang jade diopsiet met < 10% jadeiet

Naast het gebruik van deze mineralen als jade kreeg men ook het kleuren van mineralen steeds beter onder de knie. Echte jade die niet mooi van kleur is wordt veelal bijgekleurd zodat de kleur beter overeen komt met duurdere jade. Ondanks het bedrog koopt men dan tenminste nog echte jade. Het gebeurt echter ook steeds vaker dat glas, of nog erger, plastic, voorzien wordt van schijnbaar authentieke jade kleuren en voor veel geld als echte jade verkocht wordt!

Bron: TU Delft

 

 
[ terug ]





© 2012 Juwelier Het Anker